Service
Winkelmandje
Menu
Deze week -5% korting op alle vlo- en teekproducten met code VLOTEEK5 Lees meer

Ontwormen van schapen

Geschreven door Mara |

Het ontwormen van schapen en lammeren is een belangrijk onderdeel van het gezondheidsmanagement. Toch is het niet verstandig om standaard en routinematig te ontwormen. Door het veelvuldig en ondoordacht gebruik van ontwormingsmiddelen ontstaat namelijk resistentie bij wormen. En resistentie is onomkeerbaar. Daarom is een doordacht wormbeleid essentieel.

Schapen in het gras tussen bomen

Welke wormen komen voor bij schapen?

In het maagdarmkanaal en de luchtwegen van schapen kunnen verschillende wormsoorten voorkomen. De belangrijkste in Nederland zijn:

1. Haemonchus contortus (rode lebmaagworm)

Dit is momenteel de belangrijkste en meest problematische wormsoort in Nederland.

  • Leeft in de lebmaag
  • Zuigt bloed en veroorzaakt zo bloedarmoede
  • Geen diarree, maar wel bleke slijmvliezen, sloomheid en soms plotselinge sterfte
  • Komt vooral voor van mei tot oktober
  • Resistentie tegen meerdere middelen komt steeds vaker voor

Haemonchus overwintert in het schaap zelf. Daardoor bevindt in het voorjaar vrijwel de volledige wormpopulatie zich in de dieren, een cruciaal moment met verhoogd risico op resistentieontwikkeling bij onjuist behandelen.

2. Teladorsagia en Trichostrongylus (maagdarmwormen)

Deze wormen leven in de lebmaag en dunne darm.

Symptomen:

  • Diarree
  • Verminderde groei
  • Slechte voerbenutting
  • Verminderde eetlust

Ze overwinteren deels op de wei en kunnen tot in de herfst en soms winter problemen veroorzaken.

3. Nematodirus (voorjaarsworm)

Komt vooral voor bij jonge lammeren in hun eerste weideseizoen.

Kenmerken:

  • Infectieuze larven ontwikkelen zich in het ei
  • Uitbraken vaak na koude winters, gevolgd door plotselinge temperatuurstijging
  • Ernstige, waterdunne diarree met enorme dorst en sterfte is mogelijk

Lammeren bouwen na een infectie snel immuniteit op.

4. Longwormen

Bij schapen komen verschillende soorten longworm voor, namelijk de grote longworm (Dictyocaulus filaria) en verschillende soorten kleine longwormen.

Ze veroorzaken hoestklachten en een verminderde conditie.

5. Leverbot

Komt voor op natte percelen met slakken als tussengastheer. Het veroorzaakt:

  • Leverschade
  • Vermagering
  • Slechte conditie
  • Chronische problemen

Lees hier meer over in de blog Leverbot bij schapen: herkennen, voorkomen en behandelen.

6. Lintworm (Moniezia expansa)

Bij schapen in Nederland komt één lintwormsoort voor: Moniezia expansa. Deze witte, platte lintworm kan tot wel 10 meter lang worden.

De worm bestaat uit:

  • Een kop (scolex) met vier zuignappen
  • Geledingen (proglottiden) die naar achteren toe breder worden

Elke geleding bevat zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en zit vol eieren.

Levenscyclus

  • Tussengastheer: grasmijten
  • Lammeren kunnen al in de eerste levensdagen besmet raken
  • Worm wordt in ± 40 dagen geslachtsrijp
  • Eén worm kan tot 1 miljoen eieren per dag produceren
  • Levensduur: ongeveer een half jaar
  • Dieren ontwikkelen daarna immuniteit

Herkenning

  • Rijstkorrelachtige segmenten zichtbaar op de mest
  • Eieren herkenbaar bij mestonderzoek
  • Aantal eieren zegt niets over ernst van besmetting

Symptomen

Lintwormen geven meestal weinig klachten. Alleen bij zware besmettingen zien we:

  • Verminderde eetlust
  • Lusteloosheid
  • Groeivertraging
  • Zelden verstopping

Behandeling

Behandeling is zelden nodig. Alleen benzimidazolen (zoals albendazol en fenbendazol) werken tegen lintworm. Andere groepen ontwormingsmiddelen zijn niet effectief.

Relevante Producten

Wormbeleid: gericht behandelen

Resistentie tegen ontwormingsmiddelen is een groeiend probleem. Elke behandeling selecteert resistente wormen. Resistentie is onomkeerbaar.

Daarom geldt:

  • Behandel alleen op basis van diagnose (mestonderzoek).
  • Behandel niet standaard of preventief zonder reden.

Wanneer is ontwormen wél logisch?

Er zijn 2 situaties waarin het wel zinvol is om ‘standaard’ te ontwormen:

Ooien na aflammeren

Door stress rond aflammeren stijgt de ei-uitscheiding (periparturient rise). Ontwormen kan zinvol zijn om infectiedruk voor lammeren te verlagen, vooral bij Haemonchus.

Maar:

  • Als u goed kunt omweiden, is behandelen soms niet nodig.
  • Laat bij voorkeur een deel van de gezonde ooien onbehandeld (refugia).

Lammeren

Ontworm de lammeren niet vóór ze naar buiten gaan, want op stal vindt in principe geen besmetting plaats.

Omweiden is cruciaal:

  • Voor 15 juni: elke 3 weken naar schoon land
  • Na 15 juni: elke 10 – 14 dagen

Schoon land houdt in dat er minimaal 3 maanden geen schapen hebben gelopen of een gemaaid perceel.

Voer bij twijfel mestonderzoek uit, vooral 4 weken nadat de lammeren en schapen voor het eerst in de wei worden gezet om te grazen. Dat is het moment dat de eerste worminfecties zichtbaar worden.

Resistentie tegen wormmiddelen

Belangrijke factoren voor het ontstaan van resistentie tegen wormmiddelen zijn:

  • Onderdosering: Zorg altijd voor correct doseren van wormmiddelen (liever iets hoger dan te laag)
  • Te vaak behandelen: Behandel alleen bij noodzaak
  • Geen refugia: Zorg dat u niet alle dieren tegelijk behandelt
  • Aankoop van besmette dieren: Zet nieuwe dieren altijd in quarantaine. Laat een mestonderzoek doen en behandel indien nodig.

Wat is “refugia” en waarom is het belangrijk?

Refugia betekent dat een deel van de wormpopulatie niet wordt blootgesteld aan ontwormingsmiddelen. Dit vertraagt resistentieontwikkeling.

Voorbeeld: Behandel niet alle ooien na aflammeren. Zo blijft een deel van de wormpopulatie gevoelig.

Ontwormingsmiddelen bij schapen

Er zijn vier groepen ontwormingsmiddelen:

(Pro)benzimidazolen

Hieronder vallen de werkzame stoffen albendazol, fenbendazol (panacur), oxfendazol en febantel. In Nederland zijn veel maagdarmwormen resistent tegen deze groep. Werken wél tegen lintworm, al is behandeling hiertegen zelden nodig. Tegen Nematodirus soorten is deze groep nog wel eerste keus.

Levamisol (imidazothiazolen)

Hiertegen is in Nederland nog geen resistentie.

Avermectinen/milbemycinen (ivermectine, moxidectine)

Uit deze groep heeft moxidectine een nawerking van enkele weken tegen Haemonchus contortus en Teladorsagia circumcincta. Bij schapen is wel resistentie van de Haemonchus vastgesteld voor middelen uit deze groep.

Amino-aceto-derivaten (AAD-groep)

Dit is een nieuwere groep wormmiddelen met de werkzame stof monepantel. Dit middel is nog effectief, maar zorgvuldig gebruik blijft noodzakelijk.

Het is aan te bevelen om 10 tot 14 dagen na de behandeling met een wormmiddel een therapiecontrole te doen via mestonderzoek.

Wormbestrijding bij schapen vraagt dus om maatwerk. Ken hiervoor de belangrijkste wormsoorten. Lintworm ziet er spectaculair uit, maar veroorzaakt zelden problemen. Haemonchus en andere maagdarmwormen vormen daarentegen een serieuze bedreiging. Gebruik mestonderzoek om te bepalen of behandeling noodzakelijk is. Zet sterk in op weidemanagement en behandel gericht en niet standaard. Zo kunnen we inspelen op resistentieontwikkeling.

Een goed wormbeleid beschermt niet alleen uw dieren, maar ook de effectiviteit van de middelen voor de toekomst.

Lees ook over vaccinatie van schapen als onderdeel van een gezond schapenbedrijf.

Veel gestelde vragen over ontwormen van schapen

Moet u schapen standaard ontwormen?

Nee. Standaard ontwormen wordt afgeraden omdat het resistentie versnelt. Ontworm bij voorkeur gericht, op basis van mestonderzoek en/of duidelijke klachten.

Welke wormen zijn gevaarlijk voor schapen?

Vooral Haemonchus contortus (rode lebmaagworm) is gevaarlijk (bloedarmoede, sterfte). Daarnaast kunnen Nematodirus (ernstige diarree bij lammeren), Teladorsagia/Trichostrongylus (diarree, groeivertraging), leverbot en longworm problemen geven. Lintworm geeft meestal weinig klachten.

Welke wormmiddelen zijn effectief?

Er zijn 4 hoofdgroepen:

  • Benzimidazolen (o.a. albendazol/fenbendazol): veel resistentie, wél effectief tegen lintworm
  • Levamisol: in NL nog weinig resistentie
  • Avermectinen/milbemycinen (ivermectine/moxidectine): resistentie komt voor
  • Monepantel: effectief, maar zorgvuldig gebruiken

Welke werkt, hangt af van de resistentiesituatie op uw bedrijf: check via mestonderzoek en therapiecontrole.

Hoe kan ik resistentie voorkomen tegen wormmiddelen?

De volgende stappen kunnen het risico op resistentie verminderen:

  • Ontworm alleen op basis van mestonderzoek
  • Doseer correct (liever iets te hoog dan te laag)
  • Doe therapiecontrole 10 – 14 dagen na behandelen
  • Beperk het aantal behandelingen
  • Laat refugia over (niet alle dieren tegelijk behandelen)
  • Zorg voor goed weidemanagement (omweiden naar “schoon” land)
  • Zet nieuwe dieren in quarantaine en zorg voor mestcontrole om insleep te voorkomen

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Lees ook onze andere blogs

schaap kijkt in de camera

Het beste voer voor uw hobbyschaap

Schapen zijn gezellige en nuttige dieren die veel mensen als hobby houden. Ze zorgen voor natuurlijke begrazing én levendigheid in de wei. Maar ook een hobbyschaap heeft een goed uitgebalanceerd dieet nodig om gezond te blijven. De voedingsbehoefte van een schaap dat hobbymatig gehouden wordt, wijkt af van die van een productieschaap. Waar productiedieren extra energie nodig hebben voor melk, wol of vlees, ligt bij hobbyschapen de nadruk op onderhoud, welzijn en weerstand. In deze blog leest u alles over wat een hobbyschaap nodig heeft aan voeding, water, eiwitten, vitaminen en mineralen.

Koppel schapen in een grasland

Vaccineren van schapen

Een goede gezondheidszorg is essentieel voor het welzijn en de productiviteit van schapen. Twee belangrijke pijlers hierin zijn vaccinatie en een doordacht wormbeleid. In deze blog leest u tegen welke ziekten u kunt vaccineren. Het vaccinatiebeleid voor schapen varieert per land en is vaak afhankelijk van de lokale epidemiologische situatie, de aanwezigheid van specifieke ziektes (zoals blauwtong of schapenpokken) en nationale wetgeving. Deze blog gaat uit van de situatie in Nederland. Overleg altijd met uw eigen dierenarts over het vaccinatiebeleid in uw land.

schaap kijkt in de camera

Leverbot bij schapen: herkennen, voorkomen en behandelen

Leverbot, of Fasciola hepatica, is een parasiet die vooral voorkomt bij grazende dieren zoals schapen, geiten en koeien. De infectie tast de lever en galwegen van het dier aan, met soms ernstige gezondheidsproblemen tot gevolg. Leverbot komt wereldwijd voor, ook in Nederland, vooral op natte weilanden of weidegronden met veel slakken. In deze blog leggen we uit wat leverbot is, hoe schapen besmet raken, wat de symptomen zijn, en hoe u leverbot herkent, voorkomt en behandelt.

Meer tips
image (20)

Over de auteur

Mara van Brussel-Broere, Dierenarts bij Medpets 

Afgestudeerd als gezelschapsdierenarts aan de Universiteit Utrecht, gebruikt haar praktijkervaring om klantenadvies te geven en kennis te delen bij Medpets. Ze vindt het belangrijk om huisdiereigenaren goed te informeren over gezondheid en welzijn.

Lees meer over Mara