Ontwormen van schapen
Geschreven door Mara |
Het ontwormen van schapen en lammeren is een belangrijk onderdeel van het gezondheidsmanagement. Toch is het niet verstandig om standaard en routinematig te ontwormen. Door het veelvuldig en ondoordacht gebruik van ontwormingsmiddelen ontstaat namelijk resistentie bij wormen. En resistentie is onomkeerbaar. Daarom is een doordacht wormbeleid essentieel.
Welke wormen komen voor bij schapen?
In het maagdarmkanaal en de luchtwegen van schapen kunnen verschillende wormsoorten voorkomen. De belangrijkste in Nederland zijn:
1. Haemonchus contortus (rode lebmaagworm)
Dit is momenteel de belangrijkste en meest problematische wormsoort in Nederland.
- Leeft in de lebmaag
- Zuigt bloed en veroorzaakt zo bloedarmoede
- Geen diarree, maar wel bleke slijmvliezen, sloomheid en soms plotselinge sterfte
- Komt vooral voor van mei tot oktober
- Resistentie tegen meerdere middelen komt steeds vaker voor
Haemonchus overwintert in het schaap zelf. Daardoor bevindt in het voorjaar vrijwel de volledige wormpopulatie zich in de dieren, een cruciaal moment met verhoogd risico op resistentieontwikkeling bij onjuist behandelen.
2. Teladorsagia en Trichostrongylus (maagdarmwormen)
Deze wormen leven in de lebmaag en dunne darm.
Symptomen:
- Diarree
- Verminderde groei
- Slechte voerbenutting
- Verminderde eetlust
Ze overwinteren deels op de wei en kunnen tot in de herfst en soms winter problemen veroorzaken.
3. Nematodirus (voorjaarsworm)
Komt vooral voor bij jonge lammeren in hun eerste weideseizoen.
Kenmerken:
- Infectieuze larven ontwikkelen zich in het ei
- Uitbraken vaak na koude winters, gevolgd door plotselinge temperatuurstijging
- Ernstige, waterdunne diarree met enorme dorst en sterfte is mogelijk
Lammeren bouwen na een infectie snel immuniteit op.
4. Longwormen
Bij schapen komen verschillende soorten longworm voor, namelijk de grote longworm (Dictyocaulus filaria) en verschillende soorten kleine longwormen.
Ze veroorzaken hoestklachten en een verminderde conditie.
5. Leverbot
Komt voor op natte percelen met slakken als tussengastheer. Het veroorzaakt:
- Leverschade
- Vermagering
- Slechte conditie
- Chronische problemen
Lees hier meer over in de blog Leverbot bij schapen: herkennen, voorkomen en behandelen.
6. Lintworm (Moniezia expansa)
Bij schapen in Nederland komt één lintwormsoort voor: Moniezia expansa. Deze witte, platte lintworm kan tot wel 10 meter lang worden.
De worm bestaat uit:
- Een kop (scolex) met vier zuignappen
- Geledingen (proglottiden) die naar achteren toe breder worden
Elke geleding bevat zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en zit vol eieren.
Levenscyclus
- Tussengastheer: grasmijten
- Lammeren kunnen al in de eerste levensdagen besmet raken
- Worm wordt in ± 40 dagen geslachtsrijp
- Eén worm kan tot 1 miljoen eieren per dag produceren
- Levensduur: ongeveer een half jaar
- Dieren ontwikkelen daarna immuniteit
Herkenning
- Rijstkorrelachtige segmenten zichtbaar op de mest
- Eieren herkenbaar bij mestonderzoek
- Aantal eieren zegt niets over ernst van besmetting
Symptomen
Lintwormen geven meestal weinig klachten. Alleen bij zware besmettingen zien we:
- Verminderde eetlust
- Lusteloosheid
- Groeivertraging
- Zelden verstopping
Behandeling
Behandeling is zelden nodig. Alleen benzimidazolen (zoals albendazol en fenbendazol) werken tegen lintworm. Andere groepen ontwormingsmiddelen zijn niet effectief.