Belangrijke vaccinaties voor schapen
Schapen kunnen tegen verschillende ziektes worden gevaccineerd.
Q-koorts (Coxiella burnetii)
Q-koorts is een bacteriële infectie die bij schapen meestal zonder duidelijke symptomen verloopt, maar abortus of geboorte van zwakke, dode lammeren kan veroorzaken, met name in de laatste fase van de dracht. De bacterie wordt uitgescheiden via onder andere nageboorte, vruchtwater, mest, urine en melk. Ook mensen kunnen besmet raken, met soms ernstige gevolgen. Voor zwangere vrouwen geldt daarom: geen assistentie bij lammeren.
Europese Regelgeving (Diergezondheidsverordening)
Sinds april 2021 gelden er nieuwe Europese regels. Deze verplichten niet direct overal vaccinatie, zoals wel in Nederland, maar vereisen wel dat lidstaten Q-koorts monitoren en rapporteren wanneer de situatie dat vereist.
De meeste EU-landen hanteren eigen programma’s, waarbij inenting vaak wordt aanbevolen of verplicht bij uitbraken.
‘t Bloed (Clostridium)
‘t Bloed wordt ook wel weeldeziekte, eiwitvergiftiging of enterotoxemie genoemd. Het is een ziekte bij opgroeiende lammeren, veroorzaakt door Colstridium perfringens, type D. Deze bacterie komt normaal voor in de darmen van schapen. Als ze echter explosief vermeerderen, komen er te veel toxines vrij, die voor sterfte kunnen zorgen bij lammeren. Vaccinatie van drachtige ooien zorgt voor bescherming van de lammeren via de biest. Lammeren kunnen vanaf 2–3 weken leeftijd zelf actief gevaccineerd worden tegen ‘t Bloed.
Zomerlongontsteking (Pasteurella / Mannheimia)
Zomerlongontsteking wordt veroorzaak door de bacterie Mannheimia (Pasteurella) haemolytica. Het komt vooral voor in de maanden mei tot en met oktober. Het risico wordt groter tijdens stressvolle periodes (spenen, omweiden), bij slechte ventilatie in de stal of bij wisselende weersomstandigheden. Het treft vaak opgroeiende lammeren en geeft klachten als hoesten, koorts, snelle ademhaling, snot en plotselinge sterfte. Vaccinatie met Heptavac P kan preventief worden ingezet.
Rotkreupel (Footvax)
Rotkreupel is een besmettelijke tussenklauwhuidaandoening, veroorzaakt door de bacterie Dichelobacter nodosus in combinatie met Fusobacterium necrophorum. Tegen deze aandoening kan worden gevaccineerd. Vaccinatie vermindert de ernst van uitbraken, versnelt herstel en beschermt niet-besmette dieren. Na de basisvaccinatie is meestal 2 keer per jaar vaccineren voldoende.
Blauwtong (Bluetongue)
Blauwtong is een virusziekte veroorzaakt door het blauwtongvirus (BTV). Het virus wordt overgedragen door knutten. Het virus kan bij alle herkauwers voorkomen. Vaccinatie is de enige effectieve bescherming en moet jaarlijks plaatsvinden, bij voorkeur vóór het muggenseizoen (mei–juli).
Er geldt een algemene meldplicht voor blauwtong.
Zere bekjes (Ecthyma)
Ecthyma is een zeer besmettelijke virale huidinfectie bij schapen en wordt veroorzaakt door een parapoxvirus. Het geeft wondjes en korsten op de huid en slijmvliezen, vooral rond de bek, maar ook rond de ogen, uier en klauwen. Andere namen zijn zere bekjes, bekschurft of orf. Deze ziekte kan ook voorkomen bij mensen met vaak kleine beschadigingen aan vingers en handen. Vaccinatie wordt ingezet in risicogebieden of bij uitbraken om de klachten te verminderen. Vaak worden de drachtige ooien gevaccineerd 3 tot 4 weken voor het aflammeren, zodat de lammetjes antistoffen krijgen via de biest.
Een gezond schapenbedrijf vraagt om een goed doordacht vaccinatiebeleid. Vaccineren beschermt tegen ernstige infecties, met Q-koorts als belangrijke en vaak verplichte vaccinatie. Overleg altijd met uw dierenarts wat voor uw schapen de beste manier van vaccineren is.
Lees ook over het Ontwormen van schapen als onderdeel van een gezond schapenbedrijf.